• beleef Friesland
  • Die Nordsee GmbH
  • EDR
  • INTERREG
  • INTERREG Deutschland Nederland
  • Marketing Groningen
  • Niedersächsisches Ministerium für Wirtschaft, Arbeit und Vekehr
  • Provincie Drenthe
  • Provincie Fryslân
  • Provincie Groningen
  • Wattenmeer – Weltnaturerbe
  • « „Reisdagboek

    30 april Ineke Noordhoff trekt erop uit in de Carel Coenraadpolder

    Onverharde paden door het nieuwe land

    30. April 2013

    De spiksplinternieuwe Falk kaart met wandelknooppunten in Noordoost Groningen was al dagenlang bij de bank blijven liggen omdat ik bleef kijken. Wat een enorme hoeveelheid onverharde paden geeft deze kaart aan! Zelfs in streken die ik meen aardig te kennen, worden onverharde routes aangeduid waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Het is zonnig, de abdicatie is achter de rug en ik heb wel zin in de zee.

    Een paars onverhard pad door relatief ‘nieuw land’ voorbij Finsterwolde maakt me nieuwsgierig. Dus wordt het de Eems met een stuk kwelderpad naar het buitenwater. Bij Hongerige Wolf doe ik de broodjes in de rugzak en trek de wandelschoenen aan.

    Deze streek heeft een knipperlichtrelatie met de zee. Diverse malen bedijkte de mens het land zodat er graan kon groeien, en vervolgens kwam de zee en greep het land weer terug. De kuststreek laat hier een hele trits van oude dijken zien, vaak met een sluis erbij. Dit is een landschap van zijlen, bruggetjes en dijken. Oude dijken worden soms schuin doorsneden, soms recht gecoupeerd om het verkeer doorgang te verlenen. Veiligheidshalve zijn de dijkcoupures weer af te sluiten met extra balken – voor als de buitendijken onverhoeds falen.

    De Reiderwolderpolder, waar we beginnen, werd tussen 1862 en 1874 ingepolderd. De zeebodem van weleer is nu zoet boerenland. Goed vruchtbaar zoals te zien is aan de grootte van de boerderijen. Het Hoofdkanaal waarlangs we lopen buigt af naar Nieuw Statenzijl – ook daar gaan we straks even kijken – vooral naar de Kiekkaaste, de vogelkijkhut. Maar eerst gaan we door de dijkcoupure de Carel Coenraadpolder in. Een halve eeuw na de Reiderwolderpolder was het buitendijkse gebied alweer genoeg opgehoogd om in te dijken. Zo werd in 1924 deze Carel Coenraadpolder op de zee veroverd. Langs een boerderij die duidelijk in ‘dertiger jarenstijl’ is gebouwd, lopen we naar de dijk langs een klein plukje bos. .

    Dit is een bos met een heftig verleden: begonnen als schuilplaats voor de slikwerkers werd het in de Tweede Wereldoorlog bevolkt met Duitse verdedigingskanonnen voor Emden. Bij de bevrijding van Delfzijl werd alles verwoest. Deze eenzame gure plek werd daarna gebruikt om NSB’ers te straffen – dat ging zo grof dat het kamp in 1950 om die reden werd gesloten. Maar niet voor lang. In 1953 werden er Ambonezen gestationeerd – in afwachting van betere huisvesting. Daarom heet dit in de volksmond ‘het ambonezenbosje’. Wie van rust houdt kan vakantiehouden in het oude munitiedepot.

    Bij het Ambonezenbosje kunnen we de buitendijk op. Hoog boven het land en de zee op een bank genieten we van het licht en het uitzicht. Dit is het echte Waddengevoel, dus de pet blijft op en stilletjes verlang ik naar handschoenen.

    Tureluurtjes zitten achter elkaar aan en vullen de lucht met blijmakende klanken. Op de achtergrond snateren duizenden brandganzen en blaten de dijkschapen. Even verderop kunnen we de kwelder op over een nieuwe brug – gemaakt in het kader van het kwelderherstel van het Groninger Landschap. Het nieuwe pad is nog niet gemarkeerd – maar misschien gebeurt dat ook wel nooit want op de kaart staat aan het water een grijs wandelknooppunt (nummer 54). En grijs betekent volgens de legenda “virtueel wandelknooppunt”.

    Gekke lui die kaartenmakers. Trouwens nu we het er toch over hebben: die prachtige wandelknooppuntenkaart is een hebbeding omdat de landschappelijke elementen  er fraai op staan.  Wierden, middeleeuwse kerken, slingertuinen, borgen beschermde dorpsgezichten en beklimbare kerktorens. Echt heerlijk. De paaltje met nummers zijn ook duidelijk en in orde. Maar waar ik nou echt niets van snap is de nummering zelf. Op punt 52 eten we ons broodje op, bij 51 begeven we ons de kwelder op naar virtueel punt 54. Inderdaad staat dat nummer niet op een paaltje, dus dat zal de grap dan wel zijn. Maar wie schetst onze verbazing dat we in Nieuw Statenzijl (zeven kilomter verderop) weer een wandelknooppunt 51 tegenkomen. En nog weer zes kilometer verderop in Nieuweschans ook!  Proberen ze ons hier gek te maken?

     

    Lukt ze niet. Vanaf de dijk wordt de route nu ‘krek wa ‘k wou’. We klauteren over hekken, volgen een zandpad langs de akkers, kruisen een oude zeedijk, passeren een roestige brug met een hek dat met een pollepel vastgemaakt is, en komen pas bij punt 89 op een verharde weg. Helaas hier wel een stinkende varkensstal. Met die geur nog in de neus vluchten we in Nieuweschans de oude remise in. Meestal kun je hier sfeervol wat drinken (en eten ook trouwens). Vandaag helaas niet. We worden warm ontvangen bij de buurman: Bricks Art. Een grote ruimte bomvol  bouwstenen waar kinderen en kunstenaars kunnen stapelen, rijgen en bouwen zoveel ze willen. Hier hebben ze NOOIT een steentje tekort. En er is koffie met een koek.  Mij krijgen ze niet gek met die wandelknooppunten.

     

    Tags: , , , , , , , , , ,

    Kommentare