• beleef Friesland
  • Die Nordsee GmbH
  • EDR
  • INTERREG
  • INTERREG Deutschland Nederland
  • Marketing Groningen
  • Niedersächsisches Ministerium für Wirtschaft, Arbeit und Vekehr
  • Provincie Drenthe
  • Provincie Fryslân
  • Provincie Groningen
  • Wattenmeer – Weltnaturerbe
  • tekst Ineke Noordhoff, foto's Ingrid Slager

    Klaas Sijpkens maakt Groningse kwelders toegankelijk

    12. May 2013

    Klaas Sijpkens gaat naar de kwelder als zijn kop te vol zit. Het randland helpt deze Groninger boerenzoon ‘om de geest leeg te maken’, zoals hij het formuleert. Sijpkens komt zijn hele leven lang al op de kwelder. Hij geniet van de rust, de weidsheid en het licht dat hier bij Hornhuizen aan de Groningse kust inderdaad zeer helder is.   Sijpkens was een bevoorrecht mens want de meeste kwelders zijn in deze provincie ontoegankelijk voor het publiek. Maar als Voorzitter van de vereniging van oevereigenaren heeft hij de zilte oevers van de Waddenzee voor iedereen toegankelijk gemaakt. Vanaf deze zomer ligt er een kwelder pad in de oksel van de dijk bij de Westpolder. Een openbaar toegankelijke route langs de Waddenzee met bordjes en bruggen over de geulen.

    Het kost even tijd om je hier te oriënteren.De Lauwerszee spoelde tot aan de dijk langs de Westpolder. Tot 1969. Nu buigt er een delta hogedijk de Waddenzee in richting Lauwersoog tien kilometer verderop. Buiten de dijken heeft het water van de Waddenzee nog vrij spel, ze wist te ontsnappen aan het lot dat de Lauwerszee tendeel viel: inpoldering. Aan de buitenrand van de dijk liggen de kwelders die gevormd zijn door het ritme van het tij. Het opkomend water brengt korrels materie die blijven liggen als het water langzaam weer afstroomt.

    Wat maakt een kwelder nou zo bijzonder?

    ‘Hier ervaar je dat je op de bodemvan de zeeloopt. Sommige schilders gaan op de dijk zitten om het Wad te schilderen. Dat vind ik niks. Hier vanaf de zeebodem heb je een heel ander beeld.’

    Hoe anders dan?

    ‘Twaalf keer mooier’, antwoordt hij zonder nadenken. Hij wijst op de kwelderrand, een soort klif die gevormd is door de vloed. Op die rand komt een bankje want dat is zo’n ongelofelijk mooi punt. We lopen over het door de schapen gemaakte pad dat langs het kronkelende klif volgt. Soms voel je de zeeklei in de zolen  van je schoenen vastzuigen, dan weer is de ondergrond bedekt met kweldergras.  In de jaren vijftig en zestig moest hij altijd een stok bij de hand hebben om de meeuwen en sterns van het lijf te houden als hij hier liep. De lucht was gevuld met het klagende geluid van de meeuwen en de waarschuwingskreten van wadvogels om elkaar te wijzen op de indringer. ‘Het geluid is nu anders. Er zijn minder vogels.’ Hij heeft het nog niet gezegd of een paar tureluurtjes maakt duidelijk dat deze kwelder van hen is.

    Zijn vader, grootvader en vele overgrootvaders daarvoor hebben land veroverd op de zee. Omdat ze met hun bezit de zee steeds wat verder naar achteren drongen, werd hun perceel land groter en groter. Ze lieten hun personeel zodra het werk op het land gedaan was buitendijks greppels graven. Op die manier werd het buitendijkse land droger en kwam het hoger te liggen. Als er genoeg zeeklei was aangeslibd bouwden ze een nieuwe dijk. De Sijpkens deden dat samen met de buurfamilies (Dijkhuis, Loots, de Cock en Torringa); later namen de families Louwes en Mansholt het van de indijkers over. De kosten van de dijkbouw werden verrekend in de hectareprijs van het land, maar de zeeklei kon dat dragen want het was de beste grond van de wereld. ‘Mijn voorouders namen grote risico’s.’ In 1877 brak de particulier aangelegde dijk door tijdens een stormvloed. De Westpolder liep onder water, dertien mensen kwamen om het leven en vele hectares boerenland werden tijdelijk onvruchtbaar door het zoutwaterbad. Met veel paarden en werkvolk wist men de gaten in de zeedijk weer te dichten en daarna verscheen er koolzaad op het land omdat dit geel bloeiende gewas goed tegen een ‘zoute’ ondergrond kan. De schade was groot en kwam helemaal voor rekeningen van de ondernemende boeren.

    De boerderij waar Sijpkens werd geboren ligt enkele kilometers verderop – een heel eind van de huidige dijk. Toen hij het familiebezit verkocht in 2002 hield hij de 20 hectare kweldergrond, die erbij hoorde en het kooikerhuisje aan de dijk. De eendenkooi  is nu van het Groninger Landschap – die de locatie als cultureel erfgoed bewaart. Het kooikerhuisje is te huur als vakantiehuis (Noord Bromo) voor wie de eenzaamheid waardeert. Het kostte hem grote moeite de boerderij weg te doen nadat de familie er 205 jaar haar brood verdiend had. Maar met vijf kinderen was het niet te doen om de boedel  goed te verdelen en het bedrijf in stand te houden.

    Niet alleen de boerderij van Sijpkens, ook de dorpen in Noord Groningen liggen een eind van de zeedijk. Hierin verschilt Groningen duidelijk van Friesland en de Duitse kust aan de oostzijde, Ost-Friesland. Plaatsen als Greetsiel liggen aan de kust van de Waddenzee. De levendige havens vullen de dorpen met leven en de lucht van verse vis. Om de hotelgasten te gerieven zijn er stranden opgespoten op de kwelders zodat de Waddenzee kan concurreren met de Noordzeestranden. In Groningen liggen de havenplaatsen enkele kilometers landinwaarts, zijn de havens door de landaanwinning van de Waddenzee afgesloten geraakt en denkt niemand bij Uithuizen aan de Waddenzee.

    Als voorzitter van de vereniging van oevereigenaren kan Sijpkens me precies vertellen waarom er langs de Groninger kust niet veel plaatsen grenzen aan de Waddenzee. Dat heeft alles te maken met het oude Groninger landrecht en de manier waarop de Groninger boeren daarmee omgingen. Ze stonden op hun ‘recht van opstrek’. Alle aangewonnen land was voor de boer die het aangrenzende land in bezit had. Na Napoleon veranderde dat.  ‘In Duitsland ging het nieuwe land naar de deelstaat. Daarom was er voor de boeren daar geen prikkel meer om de kwelders in te dijken.’ Ook in Friesland werd dat oude recht van opstrek minder rigide toegepast ; misschien wel omdat daar meer pachtboeren zaten, veronderstelt Sijpkens. De Groningers streden hard voor hun recht: het befaamde kwelderproces uit 1838 zou doorslepen tot de uitspraak in 1870. Toen de rechter eenmaal eenduidig had uitgesproken dat het aangewonnen land de boer toekwam, hernamen de landaanwinningen een spurt. De innovatieve boeren van toen hadden geen idee dat ze Groningen een eeuw later veroordeelden tot een bestaan als krimpregio omdat het nieuwe boerenland een belemmering was geworden voor het toerisme.

    Bij tijd en wijle taakte het recht van opstrek weer omstreden. In de crisisjaren rond 1929 bracht een commissie advies uit over de landwinst aan de Groninger kust. Toen werd besloten dat de hoge kweldergrondenvan de boerwaren, terwijl de lage kwelder de staat toekwam. ‘Wat is een hoge kwelder? Wij zeiden altijd: waar een haas zijn leger heeft.’ In het delimitatiecontract dat de staat toen met de boeren afsloot stond dat de staat voor de landaanwinning moest zorgen, maar dat de boer het eerste recht van koop kreeg als er een beweidbare kwelder was opgeleverd. Met dat contract kon het rijk werklozen de kwelders op sturen om rijshoutendammen te slaan zodat de ophogingvan de kwelderssneller zou gaan en de opbrengst de rijkskas kon spekken.

    Het particuliere eigenaarschapvan de buitendijksegronden heeft ingrijpende gevolgen gehad. Het gaf de Groninger kust vleugels – ze groeide ver de zee in en liet de dorpen op de oude strandwallen achter in het binnenland. En het maakte de dijkverhogingen na de Zeelandramp complex: de dijkenvan de Groningseboeren moesten ervoor onteigend worden. Via de Vereniging van Oevereigenaren werd straf onderhandeld over  de aan en afvoer van water van hun land aan beide zijdenvan de dijk. Deboeren wilden geen openbare weg over de dijk. Tegenwoordig worden wandelaars en fietsers getolereerd. Ennu komener dan drie wandelpaden over de Groningse kwelders. De funderingvan de bruggenover de geulen worden in beton gegoten in verband met de winterse ijsgang. Er komen stevige duikers om de waterafvoer goed te regelen. Boeren hebben daarmeer verstand van dannatuurbeheerders, weet Sijpkens. De paarden die in 2006 bij Marrum op de ondergelopen kwelders gered moesten worden, waren niet in nood gekomen als de duikers goed schoon waren gehouden. ‘Achter de zomerdijken kan het land bij storm vollopen, maar normaal loopt die badkuip in zes uur weer leeg. Dan moet je de boel wel schoonhouden.’

    Sinds de Waddenzee als natuurgebied gekoesterd wordt, is de landaanwinning gestopt. De Groningse kwelders worden niet verder ingedamd en daardoor is het karakter van het gebied veranderd. De vegetatie is verruigd. Een omvangrijk programma voor kwelderherstel moet de buitendijkse gebieden gevarieerder maken en daarmee beter geschikt voor in de verdrukking gekomen soorten  vogels. Ook het publiek moet daarvan mee gaan genieten. Als voorzitter van de Vereniging van oevereigenaren heeft Sijpkens er hard aan getrokken om het kwelderherstel voor elkaar te krijgen. De particulieren eigenaren hebben  de omslag moeten maken van boerenbeheer naar natuurbeheer. Vervolgens moeten ze hun percelen openstellen voor wandelaars. Niet iedereen wil dat. Ook natuurorganisaties hikken er tegenaan om mensen toe te laten in de vogelterritoria. Sijpkens toonde zich een gedreven pleitbezorgen voor de openstelling van de kwelders. ‘Op mijn perceel komen Herefjord koeien het kweekgras wegvreten. Die zijn minder vervaarlijk dan Schotse hooglanders en dat is voor het publiek prettiger.’ Hij gunt iedereen wat hemzelf zo lief is: een wandeling over de prachtige kwelders.

    Kommentare