• beleef Friesland
  • Die Nordsee GmbH
  • EDR
  • INTERREG
  • INTERREG Deutschland Nederland
  • Marketing Groningen
  • Niedersächsisches Ministerium für Wirtschaft, Arbeit und Vekehr
  • Provincie Drenthe
  • Provincie Fryslân
  • Provincie Groningen
  • Wattenmeer – Weltnaturerbe
  • « „Verhalen

    Tekst Ineke Noordhoff, foto's Ingrid Slager

    Schipper Hans Egberts: In het Reitdiep ervaar ik de historie van de streek

    16. July 2013

     

    Hans Egberts is een Rijnschipper maar nu vaart hij op de kleine sleper Emma van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Vandaag gaat hij dwars door de stad Groningen op weg naar het Reitdiep. ‘Dit was vroeger een getijdenrivier die de Stad verbond met de zee. Die historie ervaar ik hier altijd sterk, daarom boeit deze rivier me.’ Dat zit hem niet alleen in de rivier en haar oevers, ook het landschap langs de waterweg draagt daaraan bij met de vele wierden (de Friezen spreken over terpen) waarop vaak prachtige middeleeuwse kerken prijken. Emma vaart er statig langs, haar gasten riant uitzicht biedend op het landschap.

    Niet alleen het landschap en de rivier, ook de Emma hielp de schipper over zijn oude Rijnliefde heen. Hij woonde na zijn pensionering pas in Groningen (‘vanwege de kinderen en kleinkindern’) toen hij hoorde dat het Scheepvaartmuseum deze 16 meter lange smalle boot had aangekocht. Egberts raakte meteen enthousiast en ‘ging voor de deur liggen’ om het museum duidelijk te maken dat hij zijn handen uit de mouw wilde steken. Die boodschap kwam over en onder zijn leiding werd het schip prachtig gerestaureerd. ‘Het is geweldig dat juist dit schip in Groningen blijft varen omdat het gebouwd is bij Koster Gideon, een bekende Groninger werf die helaas niet meer bestaat. Het schip is echt teruggekeerd naar haar roots.’

    De vele bruggen in de stad vergen veel gemanoeuvreer van de schipper en bieden de passagiers ondertussen alle gelegenheid de panden vanaf het water te observeren. Aan de Hoge en Lage der Aa zijn veel pakhuizen in gebruik als woonhuizen. ‘De stad Groningen dankt haar welvaart aan twee dingen: de universiteit en het stapelrecht’, vertelt Egberts. Vanaf 1473 moest alle graan uit de provincie in de stad worden overgeslagen of opgeslagen. Dat hielp de lokale handelaren natuurlijk geweldig in het zadel en zette zijn stempel op de bebouwing.

    Via de toenmalige Hunze had de stad een goede ‘zeeweg’ naar de rest van de wereld. Maar de zee kon ook woest binnenstromen. Dat is aan het voorland van de stad goed te zien. De akkers en weiden langs de oevers stroomden regelmatig bij stormvloed over. Eerst  brachten wierden uitkomst voor de huizen maar vanaf de 12e eeuw begon men dijken te bouwen om ook het bouwland droog te houden. De rivier moest echter wel de ruimte krijgen want bij stormvloed kwam er fors meer water het binnenland in dan tijdens eb. Aan de oevers zijn deze vroegere getijdenranden nog hier en daar te zien.

    De rivier kronkelde enorm en soms ontstonden er zandopslibbingen in de bochten waardoor de stad in haar machtspositie werd bedreigd. De Hunze was immers de levensader van de stad. Dan werd er met man en macht gegraven om een bocht af te snijden en een rak aan te leggen. In de 17e eeuw waren er zoveel bochten gemanipuleerd dat de Hunze vanaf de stad werd omgedoopt tot Reitdiep. Eigenlijk is het Reitdiep dus een getemde rivier. Er ontstond een netwerk van dijken, met sluizen (zijlen) en later gemalen om de waterstand in het omringende land te reguleren. In de 19e eeuw liep het spaak: de monding van het Reitdiep verzandde sterk. De aanleg van het Eemskanaal (in 1856) loste de problemen voor de scheepvaart op, maar de vaart was uit het Reitdiep. Met de sluis bij Zoutkamp uit 1871 verdween ook het getij en na 1969 verdwenen ook eb en vloed bij Zoutkamp door de inpoldering van de Lauwerszee.

    Het Reitdiep bij Zoutkamp. Foto Ingrid Slager

    Ondanks die inperkingen blijft het Reitdiep een boeiende rivier, vindt Egberts. Dat komt niet alleen door die ruimte voor overstromingen in de rivierbedding, het komt vooral door de sterk kronkelende loop van de rivier en de historische oevers. In zekere zin is het Reitdiep voor hem als voormalig Rijnschipper ‘een beetje gefriemel op de vierkante centimeter’ – als Rotterdammer zegt hij de dingen zonder veel omhaal van woorden. Zeker in de stad met al die bruggen. Maar hij is er helemaal voor gevallen omdat hij zoveel uit de geschiedenis van het landschap terugziet tijdens zijn tochten.

    Emma is een behoorlijk uniek vaartuig omdat het een grote salon heeft. ‘Dit was een directievaartuig van de Provinciale Waterstaat. Binnen zaten de directeuren, het werkvolk moest buiten blijven. Zo’n salon zie je niet vaak. Het kwam voor het Scheepvaartmuseum goed uit want die wil het schip gebruiken bij de promotie van het museum. Gasten kunnen nu zowel binnen als buiten zitten.’ Vakkundig manoeuvreert hij het schip door de stadsgrachten en tussen de plezierboten door. Hij blijft rustig al komt de hoorn er soms aan te pas om amateurs tot attentie te dwingen.

    Emma mag maximaal 12 gasten aan boord nemen. Het schip vaart deze zomer diverse oude beurtvaartroutes over het Reitdiep en Boterdiep volgens een vaarkalender. Daarnaast is de boot voor groepen te huur. Dat kan tegen een bescheiden vergoeding, want zowel de schipper als zijn maat – die voor de gasten zorgt en de landvasten bedient – zijn vrijwilligers.

    Tags: , , , , , ,

    Kommentare