• beleef Friesland
  • Die Nordsee GmbH
  • EDR
  • INTERREG
  • INTERREG Deutschland Nederland
  • Marketing Groningen
  • Niedersächsisches Ministerium für Wirtschaft, Arbeit und Vekehr
  • Provincie Drenthe
  • Provincie Fryslân
  • Provincie Groningen
  • Wattenmeer – Weltnaturerbe
  • « „Reisdagboek

    Tekst Ineke Noordhoff; Foto's Henk Postma

    Op zoek naar sporen van het verleden

    23. September 2013

    Nu is de oostelijke Waddenzee de grootste onbewoonde wildernis van Nederland. Maar ooit woonden er zeer waarschijnlijk mensen op de zandplaten tussen Schiermonnikoog en Rottumeroog. De Stichting Verdronken Geschiedenis hoopt op Simonszand aanwijzingen te vinden voor die vroegere bewoning. Een schip vol wetenschappers toog er zaterdag 21 september op af om tijdens springtij onderzoek te doen. Maar de dynamische zee was hen deze keer voor.

    Boschwad, 21 september 2013

    Rottumerplaat toont zich klein: zelfs de hoge kwelders staan onder water. We zien niet meer dan wat wuivende bosjes groen in het water, waar normaal bij vloed nog een bruine kwelderbodem ligt met op de lage delen een waas van zeekraal.  Het water stroomt ongenadig hard. Het is springtij. Tijdens de vloed staat het water 141 centimeter boven het NAP, bij eb min 130 centimeter. Dat is aan beide kanten fors meer dan normaal. Al dat water wordt in een paar uur tussen de eilanden door geperst van en naar de grote Noordzee. Dus het stroomt echt fors harder dan normaal. ‘Elk tij stroomt hier zoveel water in dat je alle mensen op de wereld een bad zou kunnen geven’, zegt geomorfoloog Albert Oost. Vandaag kan de bevolking van Mars ook nog een bad krijgen.

    Met extreem laag water laten de randen van de wadplaat zich beter zien en daarom is de Boschwad hier. Aan boord vermaakt een bont gezelschap van wetenschappers – van amateurs tot professionals, van mensen uit het bedrijfsleven tot hoogleraren – zich met elkaar en nieuwe bevindingen over de zeespiegelstijgingen, zandtransporten, stroompatronen van geulen en de snelheid waarmee kwelders aangroeien.  De rekenmodellen die op Ameland de bodemdalingen volgen, kunnen op Simonszand wellicht helpen om te bepalen hoe oud de kwelderlagen in het oostelijke waddengebied zijn.

    Op Simonszand zijn door recente dynamiek grote stukken zandplaat weggespoeld. Daarbij kwamen een paar grote zwarte stukken klei bloot te liggen. Is dat kwelderklei? En zo ja hoe oud is die? De wetenschappers kunnen niet wachten om zelf te gaan kijken op Simonszand maar de Boschwad heeft rond vier uur moeite om zijn lading op een nette manier van boord te krijgen: tussen het schip en de plaat perst zich een gigantische massa water. Schipper Louis kijkt zorgelijk naar de stroming maar weet het schip toch zo tegen de plaat aan te varen dat we af kunnen stappen. Archeologen, biologen, ecologen, geomorfologen, historici, fysisch geografen en landschapshistorici klauteren van het schip met een lading grondboren, scheppen, meetlinten en laserwaterpas. Het strijdplan voor deze onderzoeksdag ligt klaar: boorraaien zetten, piketten inslaan en inmeten, monsters nemen en dan in het isotopen laboratorium dateren wanneer de klei gevormd is.

    De enorme zandplaat is afgelopen voorjaar weer flink afgekalfd: de duinenrij die vorig jaar Simonszand van de Noordzee scheidde is nauwelijks meer zichtbaar. Te midden van die zandtransporten kunnen zomaar oude sporen tevoorschijn komen. Aan de westkant van deze grote zandplaat bevinden zich niet alleen honderden zeehonden, er ligt ook een grote bruine plak grond. Daar stormt het gezelschap op af. Door de toenemende eb komt die plak steeds meer droog te liggen. Is dit de bodem waar de vroegere bewoners van Bosch hun vee lieten grazen voor hun eiland in 1717 in de golven verdween? Kunnen we op de grens van kwelder en duinen nog resten van een dorp of huisplaats vinden?

    De wetenschappers buitelen over elkaar heen met hun visuele bevindingen. Kijk de schelpen zitten in levenspositie, wijst de ene deskundige. Inderdaad de strandgapers steken net boven de dikke bruine bodemlaag uit; de twee helften staan bovenaan een klein beetje open. Je kunt je voorstellen dat de diertjes in de schelp zo water naar binnen halen. ‘Dit is dus waarschijnlijk een wadbodem’, is de snelle conclusie. Een ander signaleert een bruine waas over sommige schelpen: dat wijst erop dat dit een recent gevormde wadbodem is. Hoe recent? De meeste kokkels zijn dubbel; de twee helften zitten soms nog aan elkaar vast, andere laten direct los als je ze uit de smurrie trekt. De twee schelphelften zijn verbonden met een sterk hoornachtig laagje. Bij dode schelpen, die ingesloten zitten in de wadbodem, kost het een jaar of drie voor dat hoornlaagje is verteerd. Omdat zowel losse als nog vaste doublets gevonden worden luidt de conclusie: dit is niet zo’n oude wadbodem. Dan vindt iemand een Amerikaanse zwaardschede. Dat geeft uitsluitsel: die waren er voor 1985 niet in de Waddenzee. Deze klomp zwarte grond is dus na 1985 gevormd.

    Iemand komt met een stuk plastic aan: geen 12e eeuwse bodem zo weten we nu allemaal. De bodemkundige pakt zwarte grond, ruikt en plukt eraan. Dit is geen compacte klei, op kwelders is de klei doorgaans wel heel compact. Hij begint erop te kauwen; nee dit is echt geen kwelder, hierin zitten geen plantenresten, het is gewoon fijn slib. Deze plak zwarte grond heeft een periode luw gelegen ten opzichte van de stroming. De wetenschappelijke disciplines vullen elkaar aan en komen zo tot waterdichte conclusies: dit is dus geen oude kweldergrond, maar een wadbodem die tussen 1985 en 2010 is gevormd.

    Dynamiek

    ‘Dit is een waanzinnig actief gebied. Alles wat we hier zien is van de laatste paar honderd jaar’, concludeert Albert Oost tijdens de terugtocht. De zee is zo dynamisch, het water spoelt zo krachtig heen en weer dat oude bodems en resten van bewoning zijn weggespoeld. ‘Dit zijn oerkrachten.’ Buiten de macht van de zee worden wel nu en dan bewoningssporen gevonden.  ‘Op Schiermonnikoog hebben we de resten van het tweede dorp ontdekt , op Ameland hebben we een oude haven gevonden’, vertelt Oost. Maar waar de zee spoelt, verdwijnen sporen van de mens razendsnel. Ook hier dus.

    Tijdens dit extreem lage tij heeft Simonszand haar geheimen niet prijs gegeven. Er is geen kweldergrond gevonden, laat staan dat een dorp of huisplaats te lokaliseren is. Dat was even slikken voor sommige leden van de Stichting Verdronken Geschiedenis. Maar de wetenschap bood troost; want de vondst is keurig op naam gebracht en het fenomeen is goed te interpreteren: dit is een zeer dynamische wadbodem. Dat proces van schuren en slijpen, de dynamische afwisseling van land en water, dat is het unieke van de Waddenzee. Daarom is dit tot Werelderfgoed bestempeld.  ‘Laten we hier dus heel zuinig op zijn’, besloot Oost zijn conclusies. En daar kan iedereen zich in vinden.

    Tekst Ineke Noordhoff

    Foto’s Henk Postma

     

    Kommentare